Over de oprichting


Onderstaand is een film waarin Hans Gaasbeek, initiatiefnemer van de Dag van de Bedreigde Advocaat uitlegt hoe de organisatie is ontstaan en wat zij doet.

Waarom?


De Dag van de Bedreigde Advocaat is de dag waarop we extra aandacht schenken aan alle advocaten die waar ook ter wereld worden lastig gevallen, monddood worden gemaakt, onder druk gezet, bedreigd, vervolgd en gemarteld. Ook is er zelfs sprake van verdwijningen en moord. Dat alleen vanwege het feit dat zij hun beroepsverplichtingen serieus nemen en in de praktijk willen brengen.

Het structureel hinderen van advocaten bij de uitoefening van hun beroep is in veel landen een serieus mensenrechtenprobleem dat niet alleen onze volle aandacht verdient. Maar de slachtoffers ervan, de advocaten, verdienen ook onze volledige steun in de moeilijke situatie waarin zij zich bevinden.

Eerder besteedden wij bijzondere aandacht aan de situatie in Iran, Turkije, Baskenland, Colombia en de Filipijnen. In 2016 richten we onze focus op de situatie in Honduras.

Uitgebreide informatie en rapporten vindt u op www.aeud.org.

Waarom 24 januari?


De datum 24 januari werd als jaarlijkse Internationale Dag van de Bedreigde Advocaat gekozen ter herinnering aan de moord in 1977 op vier advocaten en een medewerker op het adres 55, Calle Atocha in Madrid, bekend als het Bloedbad van Atocha. Opdat hun namen herinnerd blijven worden:

Ángel Rodríguez Leál
Luis Javier Benavides
Enrique Valdevira
Serafín Holgado
Francisco Javier Sauquillo

Vier andere aanwezigen raakten zwaar gewond, maar overleefden de aanslag.
Het gebeurde in de overgangsperiode na de dood van dictator Franco in 1975. Spanje stond aan de rand van een burgeroorlog terwijl progressieve Spaanse politici het regime van binnenuit probeerden te veranderen in een democratie. Dit proces van transitie kwam door de aanslag onder grote druk te staan en de weken daarop was het zeer onrustig in het land. Naar verluidt besloot de toenmalige premier Suárez, dankzij het uitblijven van de gevreesde communistische opstand, de PCE te legaliseren. Historici zien die beslissing als doorslaggevend voor het succes van de Spaanse transitie.
Van de daders, die banden hadden met extreemrechtse partijen en organisaties, zat een zijn straf van 15 jaar uit, een vluchtte naar Brazilië en de derde belandde in een cel in Bolivia wegens drugssmokkel.